Helpdesk Vraag en Antwoord

  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Controleer de afstelling en werking van de schakelaars/sensoren indien materiaalklemmen zijn voorzien van positie bewaking.
  • Controleer de aandrijfkoppeling van de aanvoerwagen mits de machine ermee is uitgevoerd.
  • Controleer of de zaagsnelheid niet op nul staat.
  • Controleer of de draaiknop voor de zaagvoeding niet op nul staat.
  • Controleer of de lintspanning correct is ingesteld.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Controleer de afstelling en werking van de schakelaars/sensoren indien materiaalklemmen zijn voorzien van positie bewaking.
  • Controleer of de zaag in de bovenste stand staat en de klemmen geopend zijn.
  • Controleer de betreffende gekoppelde zaagmachine/boormachine op storingen.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Controleer of een eventueel aanwezig opduwsysteem geen storing heeft.
  • Controleer de V-snaren en tandriemen die zich onder de afdekkap bovenop de machine bevinden.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Controleer of het mes bovenin staat en pomp eventueel de accumulator op door knop “accu charge” ingedrukt te houden totdat u de pomp druk hoort opbouwen.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Controleer of de vingerbeveiliging aan de voorzijde correct is afgesteld.
  • Controleer of de ram niet bovenin staat tijdens het refereren, zet deze eventueel in handbediening omlaag.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Controleer of er voldoende luchtdruk op het systeem staat.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Controleer of de thermostaat van de olie temperatuur niet te laag staat.
  • Controleer of aan beide zijden van relais KM1 spanning aanwezig is, tussen iedere fase moet dit 400VAC zijn.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of de schakelaars en noodstop van het voetpedaal niet blijven hangen.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Controleer of het klaplager goed gesloten is.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Verzeker u ervan dat de machine aan het lichtnet is aangesloten en dat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
  • Geeft het display een storingsmelding weer? Raadpleeg de handleiding van de machine.
  • Controleer de voedingsspanning tussen de drie fase onderling en tussen iedere fase en nul. Deze dient 400VAC resp. 230VAC te zijn.
  • Controleer thermische beveiligingen, motor beveiligingsschakelaars, glaszekeringen en smeltveiligheden.
  • Controleer de fase volgorde.
  • Controleer of veiligheidssystemen zoals noodstoppen, lichtschermen, deurschakelaars en schoplijn niet zijn onderbroken.
  • Controleer of eindschakelaars niet blijven hangen en dat sensoren schoon en goed afgesteld zijn.
  • Controleer indien aanwezig dat de aanvoerrol van vlakstaal goed recht staat.   
  • Controleer of er voldoende luchtdruk op het systeem aanwezig is.

Staat uw vraag er niet tussen?

Stel uw vraag dan aan ons! We nemen zo snel mogelijk contact met u op.

Stel uw vraag

TUWI.nl gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Meer weten.